AANNEMERS: OVERSCHRIJDING VAN DE UITVOERINGSTERMIJN INGEVOLGE DE ZEER NATTE LENTE 2016 KAN VOOR U “OVERMACHT” BETEKENEN

Aannemingsovereenkomsten tussen aannemer en bouwheer voorzien vaak in een vertragingsvergoeding ten voordele van de bouwheer, die verschuldigd is bij overschrijding van de vooropgestelde uitvoeringstermijn.

Nochtans kan de aannemer het niet steeds verhelpen dat de werken vertraging kennen. Immers bij slechte weersomstandigheden dienen zij vaak noodgedwongen de werken stil te leggen.

De langdurige overvloedige regenval en overstromingen die plaatsvonden van 27 mei tot 26 juni 2016 zullen meest waarschijnlijk als algemene ramp worden erkend, hetgeen tot gevolg heeft dat de aannemer dit mogelijks kan inroepen om aan te tonen dat de vertraging van de werken niet te wijten is aan een “fout” van hem. Hieronder lichten wij het e.e.a. kort voor u toe.

HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING D.D. 07.10.2016 BETREFFENDE HET NOODWEER VAN 27.05.2016 tot 26.06.2016

De Vlaamse Regering heeft op 07 oktober 2016 besloten dat de overvloedige regenval en overstromingen die hebben plaatsgevonden van 27 mei 2016 tot 26 juni 2016 op het grondgebied van alle Vlaamse Provincies een uitzonderlijk karakter hebben en derhalve worden beschouwd als een algemene ramp die de toepassing rechtvaardigt van de Wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door een natuurramp. Zodoende kunnen de geteisterden zich tot het Rampenfonds wenden teneinde een vergoeding te verkrijgen voor de door hun geleden schade.
Het besluit van de Vlaamse Regering  betreffende het noodweer van 27 mei 2016 tot 26 juni 2016 heeft echter nog andere gevolgen in de praktijk, met name voor de aannemers die worden aangesproken wegens overschrijding van de vooropgestelde uitvoeringstermijn.
Immers wanneer noodweer wordt erkend als algemene ramp, impliceert dit dat er sprake kan zijn van een situatie van “vreemde oorzaak”, inzonderheid “overmacht” in hoofde van de aannemer.    

GEEN VERTRAGINGSVERGOEDING INGEVAL VAN OVERMACHT

De aannemer kan aansprakelijk worden gesteld wanneer hij een “fout” begaat in de uitvoering van de aannemingswerken waartoe hij zich contractueel verbonden heeft.
In het geval de contractuele verplichtingen, waaronder bijvoorbeeld de vooraf bepaalde uitvoeringstermijn, niet gerespecteerd wordt, kan de aannemer bijgevolg gehouden zijn tot vergoeding van de geleden schade ten gevolge van de contractuele wanprestatie.
Echter, in het geval een aannemer zijn contractuele verplichtingen, zoals o.m. de termijnvereisten, niet heeft kunnen naleven omwille van een situatie van “ vreemde oorzaak” inzonderheid overmacht, én de aannemer kan dit voldoende aannemelijk maken, dan zal de contractuele wanprestatie hem niet toerekenbaar zijn.
Artikel 1148 Burgerlijk Wetboek bepaalt immers:
“ Geen schadevergoeding is verschuldigd, wanneer de schuldenaar door overmacht of toeval verhinderd is geworden datgene te geven of te doen waartoe hij verbonden was, of datgene gedaan heeft wat hem verboden was.”

Uiteraard behoudt de Rechter het laatste woord en zal die in het concrete geval nagaan of de vertraging van de werken aan de slechte weersomstandigheden te wijten kunnen zijn, mede afhankelijk van de stand van de werf in kwestie.

Het bovenvermeld besluit van de Vlaamse regering kan zodoende door de aannemer worden aangewend om aannemelijk te maken dat er sprake is van een situatie van overmacht die een maand achterstand op de planning (alsmede een normale heropstartperiode) rechtvaardigt, uiteraard afhankelijk van de stand van de werven in kwestie.

BESLUIT

Het loont voor aannemers dus zeker de moeite om, wanneer zij worden aangesproken ter betaling van een vertragingsvergoeding, na te gaan of de vertraging in de uitvoering van de werken geen situatie van overmacht vormt in hun hoofde.
Wij hebben ons in deze nieuwsbrief beperkt tot het geval van noodweer, doch er zijn nog andere overmachtssituaties denkbaar (staking van een producent, niet afleveren van een bouwvergunning, ziekte van de aannemer, enz.,…) die mogelijks de aansprakelijkheid van de aannemer uitsluiten.

Ten tijde van het verspreiden van deze Nieuwsbrief is het voornoemde ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering nog niet in het Belgisch Staatsblad verschenen.

Uiteraard kan U ons altijd om verdere uitleg vragen over dit onderwerp, dan wel uw specifieke geval nader te onderzoeken.

Johan Voet en Gaël Bedert


Copyright © 2016 Mattijs Voet & Co Overname zonder schriftelijke toestemming is verboden
Disclaimer Deze gratis nieuwsbrief is bedoeld als bron van informatie. De nieuwsbrief beoogt op geen enkele wijze de volledigheid en kan niet worden gelezen of gebruikt als advies. Hoewel de auteurs de grootste zorg besteden aan hun teksten, kan op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voortvloeien uit de inhoud van de nieuwsbrief.
Advertenties

MATTIJS VOET & Co is verheugd voor haar cliënten GOLDEN PALACE GROEP en GROEP VERSLUYS een gunstig arrest te hebben kunnen bekomen in het project betreffende het nieuwe casino van Middelkerke

lees/bekijk er meer over in onderstaande berichten uit diverse media

de tijd

focus/wtv

 

 

OVERHEIDSOPDRACHTEN: Aandachtspunten bij de ondertekening van de offerte.

Nieuwsbrief die nuttige informatie bevat over de formele aspecten bij inschrijving op overheidsopdrachten

Inleiding

De deelname aan een openbare aanbesteding gaat vaak gepaard met heel wat voorbereidend studiewerk, waardoor de uiteindelijke ondertekening van de offerte vaak slechts een laatste formaliteit lijkt. Het tegendeel is waar: de ondertekening is immers aan enkele strenge vormvereisten onderworpen welke bij schending onvermijdelijk leiden tot de nietigheid van de offerte. Bovendien hanteert de Raad van State een afwijkende interpretatie van het begrip ‘dagelijks bestuur’, zodat de grootste voorzichtigheid geboden is. Wij vatten de belangrijkste aandachtspunten voor u samen.

1. Onderteken de offerte

De inschrijver bij een overheidsopdracht dient er over te waken dat de ingediende offerte ondertekend is. Het gaat hierbij om een substantiële vormvereiste die raakt aan de gelijkheid van de inschrijvers. De niet naleving van deze vormvereiste leidt dan ook tot nietigheid van de offerte wegens substantiële onregelmatigheid. Deze kan achteraf niet geregulariseerd worden.

Alvorens tot ondertekening van de offerte over te gaan, zal de inschrijver er rekening mee houden dat de Raad van State in het overheidsopdrachtenrecht een andere interpretatie geeft aan het begrip ‘daad van dagelijks bestuur’ dan zoals gangbaar onder het vennootschapsrecht. Immers beschouwt de Raad het ondertekenen van een offerte niet als een daad van dagelijks bestuur.

2. Controleer de bevoegdheid van de ondertekenaar

De ondertekening van de offerte dient eveneens te gebeuren door een bevoegd persoon. De Raad van State stelt immers de niet-ondertekening van de offerte gelijk aan de ondertekening van de offerte door een niet-bevoegd persoon, zodat de sanctie dezelfde is, namelijk de nietigheid van de offerte.

In de eerste plaats kan de ondertekening gebeuren door het orgaan dat de vennootschap in rechte kan verbinden of de persoon die naar de statuten of de wet beschikt over bevoegdheid om de vennootschap te vertegenwoordigen in uitvoering van het bevoegde orgaan. Voor de NV is dit in principe de Raad van Bestuur, doch de statuten van de vennootschap kunnen eveneens voorzien in een zogenaamde één- of meerhandtekeningsclausule, die één of meer bestuurders de bevoegdheid verlenen om de vennootschap te vertegenwoordigen.

Vermits het niet gaat om een daad van dagelijks bestuur, zal de ondertekening van de offerte dienen te gebeuren door de voltallige raad van bestuur of door de houder van een één- of meer handtekeningsclausule.

In de tweede plaats kan de ondertekening ook gebeuren door een bijzonder gevolmachtigde. Het kan hierbij gaan om een bestuurder, een personeelslid of zelfs een derde die hiertoe expliciet en bijzonder gemachtigd werd door het bevoegde orgaan. Er dient hierbij over gewaakt te worden dat de volmacht voldoende precies omschreven is en dat deze bovendien verbonden is aan de tijdelijkheid van een mandaat of aanstelling. Een algemene delegatie van bevoegdheden is niet toegestaan.

3. Vermeld de correcte hoedanigheid van de ondertekenaar

Het belang van de ondertekening door een bevoegd persoon kan niet onderschat worden. De ondertekenaar zal er dan ook eveneens over waken dat de ondertekende offerte de juiste hoedanigheid van de ondertekenaar vermeldt.

Zo zal de gedelegeerd bestuurder van de vennootschap dienen te ondertekenen als “bijzonder gevolmachtigde” en niet als “gedelegeerd bestuurder”, nu de ondertekening van de offerte zijn gebruikelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid (dagelijks bestuur) overschrijdt. De correcte hoedanigheid dient bij ondertekening te worden vermeld. Hetzelfde geldt in geval van een ondertekening door een directeur, gelast met dagelijks bestuur.

Het verdient de aanbeveling dit procedé niet enkel te hanteren in het kader van een aanbesteding of offerteaanvraag, doch eveneens in het kader van de minder formalistische onderhandelingsprocedure en de concurrentiedialoog.

4. Voeg de vereiste stukken bij de offerte

Niet-naleving van de voornoemde vormvereisten kan achteraf niet worden rechtgezet. Zo ook kan een bijzondere volmacht niet achteraf met terugwerkende kracht worden verleend en dient deze dus beschikbaar te zijn op het moment van ondertekening.

Teneinde onduidelijkheid nopens de ondertekeningsbevoegdheid te vermijden, dient de inschrijver bij de ondertekende offerte de nodige stukken te voegen waaruit deze bevoegdheid blijkt, ongeacht of het nu gaat om een orgaan van de vennootschap of de houder van een bijzondere volmacht.

Het gaat hierbij meer bepaald om de statuten van de vennootschap, de benoemingsbeslissing van de ondertekenaar en de bijzondere volmacht, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Ook hier wordt aangeraden om deze handelswijze aan te houden in het kader van de onderhandelingsprocedure en de concurrentiedialoog.

5. Besluit

Eenmaal de offerte inhoudelijk ‘rond’ is, dient de inschrijver dan ook de grootste aandacht te hebben voor de vormvereisten ervan. De offerte dient te worden ondertekend door de daartoe bevoegde personen, dient de correcte hoedanigheden te vermelden en zal bovendien de vereiste stukken bevatten om verificatie mogelijk te maken. De regelmatige doorlichting van uw vennootschap (“corporate housekeeping”) is dan ook ten zeerste aan te bevelen.

 Johan BOSSCHAERTS


Copyright © 2016 Mattijs Voet & Co Overname zonder schriftelijke toestemming is verboden
Disclaimer Deze gratis nieuwsbrief is bedoeld als bron van informatie. De nieuwsbrief beoogt op geen enkele wijze de volledigheid en kan niet worden gelezen of gebruikt als advies. Hoewel de auteurs de grootste zorg besteden aan hun teksten, kan op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voortvloeien uit de inhoud van de nieuwsbrief.