INBRENG VAN AANDELEN IN EEN HOLDING UITERLIJK PER 31/12/2016 ONDER OUDE REGIME – VOORZICHTIGHEID GEBODEN –

In het verleden bestond er een “techniek” om via de inbreng van aandelen uit een werkvennootschap in een holding (een actuele aandelenwaarde) en latere kapitaalvermindering (en uitkering) fiscale optimalisatie uit te voeren.
De wetgeving wijzigt per 31 december 2016.
In deze nieuwsbrief nadere uitleg ter zake.

Vaak wordt in een werkvennootschap een aanzienlijk vermogen opgebouwd, dat enkel op zwaar belaste wijze uit deze vennootschap kan worden genomen (bijvoorbeeld via dividenduitkeringen belast aan 27% roerende voorheffing, via bezoldigingen belast aan het progressief tarief in de personenbelasting,…).

Teneinde tegemoet te komen aan deze problematiek, werd in het verleden geregeld gebruik gemaakt van de techniek van inbreng in een eigen holdingvennootschap van de aandelen die men aanhield in een werkvennootschap.

Deze inbreng geschiedde aan de actuele aandelenwaarde, die meestal veel hoger was dan het oorspronkelijk in de werkvennootschap ingebrachte kapitaal. Het bedrag van de actuele aandelenwaarde, werd in de holdingvennootschap integraal aanzien als fiscaal gestort kapitaal.

Voor zover men kon aantonen dat deze verrichting kaderde in het “normaal beheer van het privaat vermogen” (cfr. art. 90, 9°, eerste streepje WIB 1992), werd deze zogenaamde “interne meerwaarde” bovendien onbelast gerealiseerd.

De holdingvennootschap kon vervolgens, binnen bepaalde voorwaarden en na verloop van een bepaalde termijn, een kapitaalsvermindering doorvoeren. Doordat het ingebrachte kapitaal integraal als fiscaal gestort kapitaal werd aanzien, geschiedde deze kapitaalsvermindering belastingvrij.

De regering valt deze techniek thans aan in het kader van haar nieuwe begrotingsmaatregelen:

Vanaf 1 januari 2017 zal het fiscaal gestorte kapitaal op het niveau van de holdingvennootschap immers beperkt worden tot de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen (en dus niet, zoals voorheen het geval was, de actuele aandelenwaarde).

Het verschil tussen de actuele aandelenwaarde en de aanschaffingswaarde zou alsdan als “belaste reserve in het kapitaal” aanzien worden.

Dit heeft tot gevolg dat latere kapitaalverminderingen niet meer belastingvrij zouden kunnen geschieden, maar aanzien zouden worden als dividenduitkeringen, die uiteraard onderworpen zijn aan de roerende voorheffing.

Rijst de vraag of u nog vóór 1 januari 2017 een dergelijke inbreng in uw holdingvennootschap kan doen. De regering heeft hieromtrent reeds aangekondigd dat deze inbrengen zullen onderworpen worden aan “gerichte controleacties”, waarvoor men zich zal steunen op de algemene anti- misbruikbepaling.

Het is dan ook van uiterst belang, indien u voor het einde van het jaar nog een inbreng wenst te verrichten, dat uw dossier grondig onderbouwd wordt middels voldoende zakelijke, niet- fiscale motieven die een dergelijke inbreng rechtvaardigen.

Het advocatenkantoor Mattijs, Voet & Co zal u graag verder adviseren mocht u hieromtrent bijkomende vragen hebben, dan wel mocht u verdere stappen dienaangaande wensen te ondernemen.

 

Joris Mattijs
Rebecca Caebergs

website nieuwsbrief


Copyright © 2016 Mattijs Voet & Co Overname zonder schriftelijke toestemming is verboden
Disclaimer Deze gratis nieuwsbrief is bedoeld als bron van informatie. De nieuwsbrief beoogt op geen enkele wijze de volledigheid en kan niet worden gelezen of gebruikt als advies. Hoewel de auteurs de grootste zorg besteden aan hun teksten, kan op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voortvloeien uit de inhoud van de nieuwsbrief.
Advertenties

De fiscale regularisatie anno 2016

DE FISCALE REGULARISATIE ANNO 2016

1.      Inleiding

De fiscale regularisatie is een fenomeen van alle tijden. Principieel heeft de mogelijkheid voor een belastingplichtige zich te wenden tot de overheid teneinde niet gedeclareerde gelden te regulariseren, steeds bestaan. Dit heeft in het verleden echter aanleiding gegeven tot veel “willekeur” in de toegepaste regularisatietarieven, zodat de wetgever besliste in te grijpen.

Dit gebeurde voor het eerst in 2003 middels de wet van 31 december 2003 betreffende de invoering van de Eenmalige Bevrijdende Aangifte, de zogenaamde “EBA”. In het kader van de EBA werden natuurlijke personen toegelaten fiscale amnestie te verkrijgen in ruil voor een zogenaamde “eenmalige bijdrage”, en dit tot 31 december 2004.

Gelet op het grote succes van deze formule, werd deze eerste EBA gevolgd door een “EBA bis” in 2006, gevolgd door een nieuwe regularisatieronde in 2013, definitief eindigend op 31 december 2013, doch waarbij het regularisatietarief waaraan de belastingplichtige fiscale amnestie kon afkopen, steeds ietwat de hoogte in ging.

De facto leidde het aflopen van deze laatste regularisatieronde ertoe dat de belastingplichtige opnieuw geplaatst werd in een juridisch vacuüm, waarbij hij zich diende te richten tot de zogenaamde Bijzondere Belastinginspectie waarbij hij, minstens initieel, opnieuw het slachtoffer werd van enige willekeur.

Enkele weken terug besliste de regering Michel I dan ook een nieuwe, ditmaal permanente, regularisatie in te voeren. Deze maatregel maakt deel uit van de zogenaamde taxshift, en zal in werking treden vanaf 1 januari 2016. Hieronder zullen dan ook de voorlopige krachtlijnen (definitieve wetteksten zijn nog niet bekend) van deze nieuwe regularisatieronde worden geschetst.

2.      De fiscale regularisatie anno 2016

De nieuwe regularisatieronde staat open, zowel voor natuurlijke personen, als voor rechtspersonen.

Bovendien zal de regularisatie opnieuw toegankelijk zijn voor iedereen, dus ook voor diegenen die reeds onder de oude wetgeving een regularisatieaangifte hebben ingediend. Een regularisatie onder de nieuwe wetgeving zal echter slechts éénmaal mogelijk zijn.

Het Contactpunt Regularisaties wordt opnieuw aangeduid als bevoegde instantie voor de behandeling van de regularisatieaanvragen.

Indien men beslist een regularisatieaanvraag in te dienen, zal dit mogelijk zijn, met betrekking tot de directe belastingen, voor de niet gedeclareerde onroerende -, roerende -, beroeps- en diverse inkomsten. Daarnaast zal ook de mogelijkheid bestaan de inkomsten van een juridische constructie en van een buitenlandse bankrekening of levensverzekering te regulariseren. Reeds betaalde woonstaatheffingen, bijvoorbeeld op buitenlandse dividenden, zullen niet verrekenbaar zijn en de facto leiden tot een dubbele belasting – hetgeen trouwens thans niet het geval was, de Bijzondere Belastinginspectie verrekende deze woonstaatheffingen wel.

Wat betreft de indirecte belastingen, zal de mogelijkheid openstaan de aan de BTW onderworpen handelingen te regulariseren.

Opmerkelijk, op grond van de huidige voorstellen blijkt het niet mogelijk een regularisatie aan te vragen voor wat betreft de gewestelijke belastingen, zoals daar zijn de erfbelastingen en de registratierechten. Het is echter wel de bedoeling dat naar de toekomst toe ook voor deze gewestelijke belastingen de mogelijkheid tot het indienen van een regularisatieaanvraag wordt opengesteld.

Ten slotte zullen wel geregulariseerd kunnen worden, de sociale bijdragen verschuldigd op de beroepsinkomsten van zelfstandigen en de fiscaal verjaarde kapitalen.

Wat betreft het fiscaal verjaarde kapitaal, zal de aangever die ervoor opteert deze niet te regulariseren, aannemelijk dienen te maken dat het niet- geregulariseerde kapitaal in het verleden correct getaxeerd werd: indien hij hier niet dan wel slechts gedeeltelijk in slaagt, zal de regularisatie zich tevens dienen uit te strekken tot dit (deel) van het kapitaal.

Van uiterst belang zijn natuurlijk de gehanteerde regularisatietarieven:

 

 Fiscaal niet verjaarde roerende / onroerende / diverse inkomsten  Normaal belastingtarief + 20%
 Fiscaal niet verjaarde beroepsinkomsten  Normaal progressief belastingtarief + 20% + desgevallend, aanvullende crisisbijdrage / gemeentebelasting of agglomeratiebelasting
Fiscaal niet verjaarde BTW- handelingen  Normaal belastingtarief + 20%
Roerende / onroerende / diverse inkomsten van het lopende jaar Normaal belastingtarief + 25%
Beroepsinkomsten van het lopende jaar Hoogste marginale tarief + 25% + desgevallend, aanvullende crisisbijdrage / gemeentebelasting of agglomeratiebelasting
BTW- handelingen van het lopende jaar Normaal belastingtarief + 25% (tenzij in combinatie met regularisatie van beroepsinkomsten)
Fiscaal verjaarde kapitalen, fiscaal verjaarde kapitalen onder de vorm van een levensverzekering / een buitenlandse bankrekening / een juridische constructie  36% op het kapitaal
Niet verjaarde sociale bijdragen 15% van de geregulariseerde beroepsinkomsten

Bovendien wordt voorzien in een systematische stijging van de tarieven, die tot 2021 zullen oplopen als volgt:

  • Het tarief van 20% zal finaal oplopen naar 26%;
  • Het tarief van 36% zal finaal oplopen naar 41%;
  • Het tarief van 15% zal finaal oplopen naar 21%.

Indien u ervoor opteert een fiscale regularisatie door te voeren, zal u, kort samengevat, na afloop hiervan in ruil fiscale immuniteit verkrijgen.

Onder bepaalde voorwaarden zal u tevens strafrechtelijke immuniteit verkrijgen, alsmede immuniteit op het vlak van de sociale zekerheid. Hierbij weze het wel opgemerkt dat de ambtenaren belast met de verificatie van en het toezicht op de fiscale regularisatie, gebonden zijn door het beroepsgeheim en geen meldingsplicht hebben ten aanzien van het openbaar ministerie.

Het Advocatenkantoor Mattijs, Voet & Co beschikt over een ruime expertise voor wat betreft de bijstand bij het indienen van een regularisatieaanvraag. Wij staan u gedurende de gehele regularisatieperiode bij: te weten van bij het opvragen van de nodige (bancaire) informatie, tot het berekenen van het voorstel van de regularisatiekost, van bij het indienen van de regularisatie, tot het beantwoorden van bijkomende vragen vanwege het Contactpunt Fiscale Regularisaties.

Joris Mattijs, Thomas Spaas, Rebecca Caebergs


Copyright © 2015 Mattijs Voet & Co Overname zonder schriftelijke toestemming is verboden Disclaimer Deze gratis nieuwsbrief is bedoeld als bron van informatie. De nieuwsbrief beoogt op geen enkele wijze de volledigheid en kan niet worden gelezen of gebruikt als advies. Hoewel de auteurs de grootste zorg besteden aan hun teksten, kan op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voortvloeien uit de inhoud van de nieuwsbrief.

Bescherming tegen insolvabiliteit van uw contractanten via de nettingclausule

Bescherming tegen insolvabiliteit van uw contractanten via de nettingclausule

1. Inleiding

Een ondernemer probeert zich best bij het opstellen van overeenkomsten op allerlei manieren te beschermen tegen de insolvabiliteit van een medecontractant en tegen wanbetalers in het algemeen.

De Wet Financiële Zekerheden (Hierna WFZ) voorziet een specifieke bescherming via de nettingovereenkomst/ nettingclausule. Deze clausule kan uitwerking hebben nadat schuldeisers in samenloop komen ten gevolge van bijvoorbeeld faillissement, beslag enz… Het opnemen van zo’n clausule in de overeenkomst of in de algemene voorwaarden van de overeenkomst, vormt voor een handelaar een belangrijk beschermingsinstrument bij insolvabiliteit van de medecontractant.

2. Analyse van een nettingsclausule

Een nettingclausule, indien deze bedongen is in de overeenkomst, kunnen we kort samenvatten als een clausule die schuldvergelijking en compensatie mogelijk maakt, en dit zelfs na het ontstaan van samenloop tussen verschillende schuldeisers.

Wanneer we spreken van een nettingclausule spreken we dus in één adem ook van de toepassing van de rechtsfiguren van conventionele schuldvergelijking en schuldvernieuwing.

Bij schuldvergelijking aanvaarden we het principe van verrekening en compensatie van wederzijdse vorderingen en schulden, waardoor enkel de netto- vordering van de ene op de andere contractpartner overeind blijft. Schuldvergelijking treedt van rechtswege in wanneer van zodra de voorwaarden hiervoor vervuld zijn, zelfs zonder dat partijen hiervan kennis hebben.

3. Nut

Het nut van de nettingclausule ligt voornamelijk dus in haar tegenstelbaarheid ten op zichte van andere schuldeisers en derden, zelfs als er samenloop van schuldeisers is (bijvoorbeeld ingevolge faillissement). De nettingsclausule is dan ook het instrument bij uitstek ingeval van insolvabiliteit van uw contractspartner, mits ze te goeder trouw wordt afgesloten vóór de contractspartij insolvabel is.

4. Voorwaarden

De Wet Financiële Zekerheden ( Hierna WFZ) voorziet namelijk onder hoofdstuk VIII en hoofdstuk IX in artikel 14 en 15 de geldigheid van de nettingovereenkomst en de tegenstelbaarheid aan derden, ook in het geval van een insolventieprocedure, beslag of enige andere vorm van samenloop. Voor de toepassing van dit artikel moet wel aan een aantal voorwaarden voldaan worden:

  • De nettingovereenkomst of nettingclausule wordt bij voorkeur schriftelijk
  • Beide contractspartijen moeten de hoedanigheid van koopman/handelaar/ondernemer hebben op het moment van het sluiten van de nettingovereenkomst of bij het opnemen van de nettingclausule.
  • De nettingovereenkomst of clausule dient gesloten/opgenomen te zijn vóór het ontstaan van samenloop, bijvoorbeeld ten gevolge van opening van de insolventieprocedure, het beslag, faillissement, …
  • De vorderingen en schulden die voor netting in aanmerking komen moeten reeds bestaan op het ogenblik van het ontstaan van samenloop. (art. 1291 BW). Schuldvorderingen onder tijdsbepaling of (opschortende) voorwaarde en schuldvorderingen uit bestaande overeenkomsten, vormen onder andere bestaande schuldvorderingen.
  • Schulden die niet vatbaar zijn voor beslag, alsook belastings- en sociale zekerheidsschulden zijn dan weer niet vatbaar voor netting.

5. Vormvereisten

Er zijn geen specifieke vormvereisten voor de totstandkoming en de geldigheid van een nettingsclausule. Ze kan gewoon worden opgenomen in het contract met de wederpartij, of zelfs via aanvaarding van de algemene voorwaarden bij een offerte of een uitgeschreven factuur op geldige wijze deel uitmaken van de contractuele afspraken.

Joris Mattijs

 

 


Copyright © 2015 Mattijs Voet & Co Overname zonder schriftelijke toestemming is verboden Disclaimer Deze gratis nieuwsbrief is bedoeld als bron van informatie. De nieuwsbrief beoogt op geen enkele wijze de volledigheid en kan niet worden gelezen of gebruikt als advies. Hoewel de auteurs de grootste zorg besteden aan hun teksten, kan op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voortvloeien uit de inhoud van de nieuwsbrief.